Zaterdag ging ik vol goede moed op pad. Onderweg naar de boot naar Texel voor het familieweekend. In mijn eentje. Dat drukte de pret al een beetje, maar besloot dat maar weg te stoppen. Toch in de auto met een beetje wee gevoel. Herken je dat?

Eenmaal op de boot lukte dat wegstoppen niet meer. Ik zat tussen de gezinnen, op het voordek, zonnebril op en toen kwamen de tranen. Ik had hier ook met mijn gezin moeten zitten. Maar dat was geen optie.

We meerden aan, cadeau in de hand, rolkoffer rollend achter me aan, een glimlach opzetten, alles even wegzuchten. Ik zag de familie aan de wal. Zij waren vrijdag al gegaan. Een zwaaiend aankomstcomité, lachend. Dat zorgde voor een oprechte glimlach, maar ook een steekje. Niet denken, de auto in voor een heerlijke tocht op een vissersboot. De zon scheen uitbundig. Het was heel gezellig. Het verdriet raakte naar de achtergrond. In de haven zag ik een vissersboot genaamd: Emmie. Was ze er toch een beetje bij. We hebben genoten op de boot.

De rest van de dag ging het prima. Het was gezellig en het is altijd heerlijk op het eiland. De volgende dag toch weer een beetje weeïg. Ik had behoefte om me even af te zonderen. Dus ik zat even alleen buiten en toen voelde ik het verdriet weer bovenkomen. Mijn moeder voelde dat aan en vroeg hoe ik me voelde. Toen kwamen de tranen weer. Want hoe leuk en gezellig het ook was met z’n allen, ik was wel alleen. En dat is niet leuk. Het is confronterend, om zo een weekend met je familie, neefjes en nichtjes te zijn, zonder je eigen gezin. Het is ook confronterend te zien dat het écht geen optie was geweest dat Emmie mee was gegaan. En dat is verdrietig.

Je kunt het dus wel willen wegstoppen, maar uiteindelijk komt het toch bovendrijven. Dat stille verdriet, het levend verlies.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten